Restauratie en herbestemming tot museum

De zuidvleugel van het claustrum en de aansluitende prelatuur bevatten een laatmiddeleeuwse kern uit de 15de-16de eeuw, maar dateren in hoofdzaak uit de 17de en 18de eeuw, toen abt Libert de Paepe het refectorium en de bibliotheek liet herinrichten met hulp van stucwerker Jan Christiaen Hansche, en de abten de Waerseggere en Slootmans de gevels vernieuwden en het interieur van de prelatuur herinrichtten.
Met de restauratie van de zuidvleugel en prelatuur vatte – na de daken, de bibliotheek, en de westvleugel – de volgende fase aan van de restauratie. De kern van het claustrum wordt in deze fase gerestaureerd, met de toegangsvertrekken tot de abdij, de eretrapgevel, de centrale keuken, de rijkelijk aangeklede 18de-eeuwse salons en prelaatvertrekken, en het barokke stucplafond van het refectorium.
Deze vleugel wordt hoofdzakelijk herbestemd tot museum. De gewelfde kelders worden toegankelijk gemaakt voor het publiek en er wordt opnieuw een keuken ingericht voor de Norbertijnen in co-gebruik met het museum. De 18de-eeuwse salons en prelaatvertrekken, evenals het prachtige refectorium zullen deel uitmaken van het museumparcours.